2. Interview met Sofie van Goesting in Taal

(Ge vindt Rebels Nederlands op SpotifyGoogleApple of uw favoriete podcast platform.
Nog nooit een podcast geluisterd? 
Ga dan hier eens kijken hoe het moet!)

Dag lieve luisteraars,

Vanaf dit nieuwe seizoen van Rebels Nederlands spreek ik elke maand met een taaltrainer of Nederlandstalige persoon die iets interessants te vertellen heeft.

En om de spits af te bijten heb ik vandaag iemand uitgenodigd met een super project, waar ik zelf helemaal fan van ben. Misschien kende gelle haar boeken wel. Het bekendste boek heet “Wa zegt ge” en is een oefenboek om Vlaamse spreektaal te leren. Verder maakte ze ook de Flemish survival guides, voor op een Vlaams kantoor of school, of als partner of ouder in Vlaanderen. Sofie is de oprichtster van “Goesting in Taal” en haar missie is om het gesproken Vlaams Nederlands toegankelijker te maken. Vandaag wil ik het met haar hebben over die fameuze tussentaal en wat het betekent, en eens horen hoe zij ulle leven, als ge Nederlands leert, makkelijker kan maken.

Als ge tot  helemaal op het einde luistert, kunt ge nog iets winnen, dat vertel ik na ons gesprek.

Opgepast, Sofie en ik hebben een beetje sneller gesproken dan gewoonlijk. Ge weet wel hoe dat is, ge zijt enthousiast over iets, en dan gaat alles sneller. Maar zoals altijd is er de transcriptie, en anders kan ik u nog een andere tip meegeven: luister op halve, of 3/4de snelheid. Normaalgezien kunt ge dat in elke app aanpassen, dus probeer het zeker uit, als het allemaal wat te snel gaat.

In elk geval, we zullen er eens invliegen hé.

Welkom bij Rebels Nederlands, Sofie!

Dank u wel, merci voor uw uitnodiging.

Graag gedaan, ik ben kei harde fan van al uw materiaal, en daarom da’k u graag hier wou uitnodigen, omdat we daar dan eens over kunnen babbelen hé.

En een eerste vraag die ik u wil stellen, en da vind ik een mooie vraag om mee te beginnen, want ik heb het al een hele zomer over dankbaarheid gehad: waar zijt gij deze week of misschien deze maand dankbaar voor geweest?

Ik vond dat al een leuke vraag om mee te beginnen. Twee dingen eigenlijk: sowieso mijn zoontje, ik ben mama geworden vorig jaar, en ja, op voorhand weet ge niet goed hoe dat gaat uitdraaien natuurlijk eh, ouder zijn en mama zijn en al die dingen, ma ja ik kan me echt geen mooier leven wensen eigenlijk, zo’n vrolijk manneke in uw leven, dus daar ben ik sowieso heel dankbaar voor.

En nog iets anders, en daar zult gij u ook wel in herkennen, denk ik: mijn werk en ‘t feit da’k ervoor gekozen heb om mijn eigen ding te doen en da’k nu in de zomer, da’s zo een beetje de ‘creative time’ dus da’s tof da’k mij aan mijn projecten kan wijden, en daarmee bezig zijn, en da zal voor u ook wel zo zijn denk ik, dus ja.

Absoluut, dat herken ik heel hard, ik vind dat ook leuk, en vooral tijdens de zomer, als het wat rustiger is, om dan zo aan alle projecten (ja, precies) te werken.

Maar ja, de mensen die naar mijne podcast luisteren, misschien dat ze al van u hebben gehoord, maar misschien nog niet. En daarom dat ik u ook heb uitgenodigd, omdat ik het interessant vind om eens te horen: wat hebt gij eigenlijk allemaal gedaan met dat Vlaams Nederlands, en waarom is dat belangrijk? Misschien is mijn eerste vraag van ja, vertel eens ne keer kort wat dat ge zo allemaal doet.

Ja. Het vertrekt eigenlijk vanuit het gegeven dat ik les gaf, ik gaf Nederlands aan anderstaligen, daar ben ik een beetje toevallig ingerold, maar na een tijd begon ik zo steeds bewuster te worden van het feit dat veel studenten zeiden van “ja, Sofie, jou begrijpen we wel, maar mijn collega’s toch niet zo”, of “het Nederlands dat we buiten de les horen da’s toch niet hetzelfde Nederlands als wat we hier leren” en toen moest ik ook zeggen van “ja, eigenlijk hebben jullie echt gelijk, da’s helemaal waar” en toen heb ik echt gedacht van “ja nee, ik wil niet hypocriet zijn, ik wil ja, echt de mensen geven waar ze nood aan hebben, waar ze echt iets mee zijn in het echte leven” dus ging ik op zoek naar materiaal over informele taal, informeel Vlaams. En ik kwam een beetje tot de conclusie dat dat niet bestond. En toen dacht ik “ja ok, als dat niet bestaat, dan ga ik da maken, zo simpel is dat.” Toen was dat nog niet met een heel groot plan ofzo. Maar voila, ondertussen zijn daar al verschillende boeken uit voortgekomen, dus om informeel Vlaams of tussentaal zoals we da noemen te leren, en nu ben ik ook volop bezig met meer online te gaan, dus er komen een paar online cursussen aan, ook. Ja, en ik kreeg heel veel toffe reacties daarop he. Da’s fijn als ik kan horen van mensen “ah, ik heb het geprobeerd met mijn collega’s of met mijn vrienden of met de schoonfamilie” of mensen die zeggen “ah OK eindelijk snap ik wat ik hoor” of “ah ik hallucineer niet, de mensen zeggen ge en niet je, ik beeld me dat niet in, da’s echt waar”. Zo, dat soort dingen, dat doet me echt wel veel plezier als ik zo’n feedback krijg.

Super. Ja want da is ook hé, ik krijg die feedback ook heel vaak, ja gij zegt da nu wel zo, maar op straat hoor ik dat helemaal anders, wat bedoelen de mensen nu. Kunt ge mij dat eens uitleggen? En voordat ik wist dat uw boeken bestonden, was ik ook maar een beetje aan’t improviseren. Dus ik was heel blij toen ik zag, ah maar wacht, hier bestaat al vanalles, er is hier een Sofie die vanalles heeft gemaakt. Dus dat was heel tof om dat te ontdekken, maar nu vraag ik me af: hoe hebt ge dat dan concreet gedaan, waarom zijt ge begonnen met de thema’s, want ge hebt kantoor, ge hebt voor internationale studenten, ook voor ouders, hoe is dat proces een beetje begonnen, om boeken te maken?

Ik gaf altijd les aan twee groepen op dat moment, en één groep daarvan waren internationale studenten in Leuven, want ik ben van Leuven afkomstig, dus da was wel een groep die ik zowiezo goed kende, en die ik ook wel tof vond. En daarnaast gaf ik voor mijn werk vooral les in bedrijven, dus dat zijn echt mensen die Nederlands leren voor hun job en die dat nodig hebben om hun collega’s te begrijpen of in meetings te begrijpen wat er allemaal gezegd wordt enzo. Dus voilà, die doelgroepen had ik zowiezo al in mijn hoofd. En toen werkte ik vooral in Brussel, dus ik ging elke dag een uur met de trein op en een uur met de trein terug. En dus had ik niks te doen in de trein behalve, voilà, een boek schrijven, dus dat kwam heel goed uit. Dus, ik heb toen op de trein letterlijk mijn eerste twee boeken geschreven. En dan nadien, ja, ik blijf me de hele tijd afvragen: waar zit de nood, waar is er een nood die nog niet beantwoord is? En dan, ja, ik heb wel een heel internationale vriendenkring, en ja dan bijvoorbeeld: mensen die een Vlaamse partner hebben, dan dacht ik van “ahja inderdaad, da’s ook nie evident”. Als ge, ge hebt een Vlaamse partner, en misschien ook kinderen, en een hele Vlaamse schoonfamilie, zo’n oncomfortabele situatie moet dat toch zijn als ge daar zo gedropt wordt, ten midden van zo’n bende Vlamingen die al zeker tussentaal en al zeker dialect spreken aan zo’n grote typisch Vlaamse, allee, eettafel zo, weet ge. Dus voila, als ik zo’n situaties zie, denk ik altijd, daar moet ik iets voor maken, en zo komen die boeken eigenlijk heel spontaan, die ideeën komen heel vlot. ‘t Is meestal da’k niet genoeg tijd heb om alle ideeën die ik heb, uit te werken.

Zoals elke zelfstandige, of zoals elke leerkracht hé.

 Maar misschien moet ge ook eens efkes kort schetsen wat dat tussentaal juist is. Want ik heb daar een Youtube filmpje van gezien van u, ik heb het niet helemaal gezien, maar ge spreekt daar over ne cocktail. Kunt ge da eens kort omschrijven?

Ja, hoe ik het meestal uitleg is… Allereerst, het woord tussentaal, waar dat vandaan komt, dus tussentaal heet zo omdat het een taal is die zich ergens bevindt tussen het officieel standaard Nederlands en de dialecten, dus het is iets wat niet zo lokaal gebonden is als een dialect: een dialect is van een dorp. Maar het is ook niet de officiële taal die je hoort, van op het nieuws enzo voort. Dus daar komt die naam vandaan. En dan is de reactie van de meeste mensen vooral van “ja, maar, dat is toch niet, allez, overal hetzelfde, dat verschilt toch van streek tot streek, er bestaat toch niet zoiets als 1 tussentaal?” En dat is voor een stuk waar, en dan gebruik ik meestal inderdaad de, het beeld van een cocktail. In tussentaal zitten verschillende dingen in, een groot stuk standaard Nederlands, want het is ook niet dat tussentaal een totaal andere taal is dan het standaard Nederlands, voor een stuk is dat hetzelfde, maar bij in die cocktail zitten er een aantal dingen, ten eerste, dat het afwijkt in de uitspraak. Tussentaal is echt informele taal die we gebruiken om te babbelen, en liefst om snel te babbelen, dus we gaan heel vaak bepaalde klanken niet uitspreken, “nie” in plaats van “niet”, “nie uitspreken” om sneller te kunnen babbelen, da’s 1 belangrijk element. Dan hebt ge verschillende elementen die uit de dialecten zijn gekomen, een beetje woordenschat, coole uitdrukkingen, en zelfs een paar grammaticale elementen zoals “ge zijt” bijvoorbeeld, of “hebde gij”, da zijn dingen die uit het dialect komen. En dan hebt ge de regionale factor, dus een beetje een regionaal accent dat lichter of sterker kan zijn naargelang de persoon en de situatie. En wat ook interessant is voor mijn cursisten, want dat zijn veel Franstaligen, er zit ook een goeie portie Frans in die tussentaal, wa logisch is, we zitten in België, er is een beetje interactie, dus er is ook een soort invloed, en ja ik gebruik graag van de cocktail omdat de ene persoon maakt zijne cocktail al wat straffer als de andere. Voor de ene zit daar een beetje meer dialect in, voor de andere is dat heel licht en heel dichtbij die officiële taal. Dus dat vind ik een goeie metafoor om dat uit te leggen.

Hmm, da’s interessant inderdaad om het zo te horen. Want het eerste wat in mij opkwam toen ik het filmpje zag was van ja, mijn ouders, wij waren met drie als wij opgroeiden, en bij de eerste twee heeft mijn moeder echt nog geprobeerd om standaardtaal met ons te praten.

Oei, en bij de derde heeft ze ‘t opgegeven of???

Bij de derde was’t echt gewoon, van, “joah, neje, da gonnek nimmer doen” en dan was het gewoon Kempisch. En mijn zus is de jongste en die heeft het effectief ook moeilijker soms, en ze is leerkracht, dat hoort ge ook veel feller, dat die uit de Kempen komt. En voor mij is dat nog iets gemakkelijker. Dus inderdaad, de cocktail op verschillende momenten in de tijd is straffer of lichter hé.

Ja, precies, precies. Maar, dat is ook iets, wat ik vaak aan mijn cursisten zeg. Want heel veel van onze cursisten zijn heel beschaamd soms, over hun accent, ze zijn zo gefocust op “oh, nee, ik heb een accent”. En ergens vind ik dat ook geruststellend voor hen om te kunnen zeggen van “jamaar, ik heb ook een accent, van mij hoort ge ook dat ik van Brabant ben, en die van West-Vlaanderen, en da’s OK, dat is, we leven niet in zo één of andere robotmaatschappij waar dat iedereen hetzelfde moet zijn en hetzelfde moet spreken, uw accent zegt iets over uw achtergrond, uw geschiedenis, dus da’s echt niet iets om beschaamd over te zijn. En dat vind ik dan ook wel iets wat ik echt wil benadrukken naar de cursisten toe, van: ge moet nie kunnen spreken op een manier dat ge absoluut niet meer kunt horen waar ge vandaan komt, dat is niet iets om beschaamd over te zijn.

Nee, dat is niet realistisch hé, maar ik denk wel, dat wij toch, allez, ik alleszins, in school nog ben aangeleerd, ik weet, ik ben in de Kempen naar school gegaan, naar de middelbare school, en dan kwam ik in Hasselt, op de hogeschool, en ik kreeg kweenie hoeveel reactie van leerkrachten Nederlands, als ik zo eens een presentatie moest doen ofzo: “ja, uw Antwerpse a komt te hard naar boven, of dit, of dat”, terwijl al die Limburgers hadden ook hun dingen waar dat ze aan hoorden dat dat Limburgers waren, maarja, we waren in Limburg dus dat maakte niet uit. Dus ik heb mij toch wel vaak ook geschaamd voor mijn Kempische accentje.

Dat is iets heel typisch Vlaams eigenlijk. Da’s wel, da’s misschien een heel ander discussie, maar ja, als ge zo spreekt met professors sociolinguïstiek enzo, da’s echt iets typisch Vlaams, omdat we zo jarenlang, op TV hebben gekregen “Hier spreekt Nederlands, je moet kunnen spreken zoals Martine Tanghe, dat is het icoon” En het is een icoon hé, ik vind haar fantastisch, maar dat was zo de norm waarnaar iedereen moet streven en zo lang je daar niet aan beantwoordt, ben je der nog nie, of zijt ge der nog nie. Terwijl in andere landen hebben ze dat totaal anders aangepakt en hebben mensen ook die schaamte veel minder. Bijvoorbeeld in Engeland op de BBC, hebben ze er bewust voor gekozen om te zeggen “nee, we willen meer diversiteit in de accenten van onze presentatoren, dat mag de bevolking vertegenwoordigen”, en ge hoort dat die van Manchester is, en dat die van Birmingham is, etcetera. En dus is dat iets helemaal anders in de psychologie van de mensen, dus dat vind ik ook wel een heel interessant gegeven. De rol van de media en de impact op de mensen.

Ja, absoluut. Ik vind het ook interessant dat ge dat nog eens aanhaalt van uw cursisten die vaak ook denken dan dat ze echt standaard Nederlands moeten spreken. Dus misschien is dat ook wel, veel Vlamingen doen dat soms hé, als ze horen, oh dat is hier ne buitenlander, zelfs, dat is hier ne Nederlander: “oei, nu moeten we maar beter schoon, of mooi Nederlands spreken.”

Natuurlijk is het wel ne goeie reflex om te zeggen van “ik moet mij verstaanbaar maken ten opzichte van die persoon, dus ik ga ook niet het zwaarste dialect promoten”. Allez, als iemand Nederlands leert, probeert iedereen zich, als iedereen zijn best doet om verstaanbaar te zijn, al is’t met handen en voeten, dan zijn we goed bezig denk ik. ‘t Is meer de gedachte die telt, dan om te zeggen “ik moet”.

Da’s waar. Hebt ge cursisten, als ze u zo vragen van “seg Sofie, moet ik nu tussentaal leren, of moet ik toch gewoon zelf standaard Nederlands blijven spreken?” Wat raadt gij zo wat aan?

Dat hangt heel erg af van de persoon en zijn situatie. Da’s ook wel het voordeel van onze job, denk ik, dat wij, wij hebben een cursist voor ons, en we passen onze les aan, aan die persoon en zijn specifieke situatie, dus we zitten niet in een school met een curriculum waar we moeten beslissen wat wel en wat niet. Maar ik denk, er zijn niet veel situaties waarin ik zeg: “tussentaal leren is voor u niet belangrijk”. Er zijn misschien sommige mensen die mij vertellen “ja ik leer Nederlands om aan de universiteit mijn thesis te kunnen schrijven, en that’s it” Dan zou ik zeggen “OK, voor u is tussentaal totaal niet belangrijk.” Maar voor de meeste mensen, zeker ook in de professionele sfeer, want ik heb vooral cursisten die Nederlands leren voor hun job, en die mij vaak zeggen “oh ik ben eigenlijk echt op mijn gemak om een presentatie te geven over de economie in China, maar ik voel mij super oncomfortabel als ik met mijn collega’s ‘s middags aan tafel zit, want dan kan ik niet meer volgen of dan voel ik dat het Nederlands dat ik ken niet hetzelfde Nederlands is als wat hier nu gesproken wordt.” Terwijl dat zo belangrijk is hé, ge moet toch comfortabel kunnen zijn bij uw collega’s, u op uw gemak voelen, en ook, ja, da’s ook iets wat ik heel belangrijk vind voor tussentaal: tussentaal is echt de taal van de emoties en van de humor. Als ik iets voel, ga ik dat niet in mooie standaardtaal, in officieel Nederlands, maar ik ga dat in tussentaal zeggen aan mijn collega’s. Of als ik is een goei mop wil maken, ga ik dat ook in tussentaal doen. En dat zijn de dingen die ons toch verbinden met elkaar en zorgen voor de goeie sfeer en dat we ons ergens thuis voelen, en dat de mensen u ook gaan verwelkomen, is als ge dat kunt. En dat kunt ge het beste in tussentaal, dus daar zit ook wel één van de belangrijkste redenen voor mij waarom ik doe wat ik doe, om mensen die taal te kunnen geven waarin ze gewoon zichzelf kunnen zijn onder Vlamingen.

Ja, absoluut.

Ge vroeg naar voorbeelden, da’s zo heel typisch: mensen die in een professioneel gesprek meer op hun gemak zijn dan aan de koffiemachine, of aan de lunchtafel, of mensen die heel veel moeite hebben als collega’s ineens onderling beginnen te spreken in een meeting en dan een beetje minder duidelijk of meer richting tussentaal gaan en dan kunnen ze ineens niet meer volgen. Plus ja, allez, heel veel mensen, dat zijn ook vaak mensen die gestudeerd hebben enzo, die merken wel dat er verschil is, die woorden “tiens, dat is niet wat ik heb geleerd” en die zijn dan ook nieuwsgierig, wat kei goe is, als ge een taal leert om nieuwsgierig te zijn, zo van “wat zegt die nu precies?” en dat heb ik ook zelf aan den lijve kunnen ondervinden. Ik heb zelf Arabisch geleerd, eerst, omdat mijn man komt uit Libanon, dus ik wou Arabisch leren om met zijn familie te kunnen babbelen enzo, maar ik had in eerste instantie dus alleen de officiële taal geleerd. En toen ging ik naar Libanon, met het idee: “ah tof, ik ga hier met iedereen babbelen”, en ik kwam daar aan, en ik begreep letterlijk bijna niks. Als ik sprak, dan lachten ze zo een beetje met mij, want ik klonk zoals de nieuwslezeres die dat zo een beetje sprak, en da’s echt geen goed gevoel, en alles wat ge hebt geleerd, ja dat klikt niet met wat ge hoort op straat, en dat is zo’n verloren gevoel. En dan heb ik toen daar een school ontdekt, die een beetje hetzelfde doet als wat ik nu doe: zij gaven lessen vanuit het plaatselijke dialect noemen ze dat, maar dat is eigenlijk ook een soort Libanese tussentaal. En daar heb ik dan 5 weken een intensieve cursus gedaan, en dat was echt alsof er iemand zo in uw oren, de settings heeft veranderd, en ineens, zo na… In die eerste les kwam ik daar binnen en ik begreep niks. En na een paar weken was dat ineens zo “tsjik” en ik begreep, en ik was zo echt van “ah OK, wat zij hier nu op bord schrijft is letterlijk hoe ik het hoor buiten de les”. En dat is zo’n geruststellend gevoel, dat ge echt “oh ik snap het, ik begrijp het, ik kan het zelf formuleren zoals zij het formuleren” Dus ja, die cursus heeft echt mijn leven veranderd, dus ja voilà.

Hoe lang had ge daarvoor al Arabisch geleerd, voor dat ge in Libanon kwam?

Voor ik vertrok toch ja, twee jaar denk ik, twee jaar, drie jaar, ja nee, twee jaar misschien. Wat ik daarvoor had geleerd was ook wel nuttig hoor, dat was ook niet een totaal andere taal, maar toen die twee samen kwamen, was er ineens zo van “ah OK, nu kan ik met die kennis die ik daarvoor had, een echte zin maken zoals zij het maken” En da’s ook hetzelfde met het Nederlands eigenlijk hé. Het is niet dat al het standaard Nederlands dat ge hebt geleerd, dat dat ineens waardeloos is ofzo hé, ge moet gewoon zien “ah OK, als ik die twee samenbreng, dan begrijp ik direct veel meer en kan ik veel meer spreken zoals, op een authentieke manier eigenlijk.”

En ook, wat ik daar ook heel erg heb ervaren is als ge zo een paar zinnetjes van die informele taal leert, hoeveel positieve reacties dat ge krijgt van mensen. Bijvoorbeeld, ik had dan geleerd, kifak, da betekent, da’s een beetje zoals “hoe is’t” in’t Vlaams, en dan mensen “oh, ge kent da, waar hebt ge dat geleerd'”. Dat toont hoe die informele taal zo een beetje de sleutel tot het hart van de mensen is. De mens is het meest zichzelf in de informele taal, en ze zijn nieuwsgierig van ah, waar hebt ge dat geleerd, want ze weten, ge leert dat niet uit een boek normaalgezien. Voila dus dat was ook voor mij echt zo’n ervaring die heeft, ja, een beetje de basis heeft gelegd voor mijn project, ja.

Waw, fantastisch. Echt leuk. Ja ik heb ook een beetje Arabisch gestudeerd, eigenlijk zelfs lang, als ik er bij stilsta, maar ik deed dan zomaar een keer in de week had ik avondles en ik deed daar verder niet zo veel meer mee. Ik weet, ik ben dan ook een keer naar Marokko gegaan en in Marokko is het natuurlijk (is het nog moeilijker), dat zijn de West-Vlamingen van de Arabische wereld. (da’s waar) En toen was dat echt zo: “ah nee, ik stop ermee”. Want ik was helemaal gedemotiveerd, (ja, dat is het ook hé) en ik denk soms als ik mensen heb, ik heb eigenlijk nog maar één iemand gehad, want de meeste van mijn cursisten komen uit Antwerpen en Vlaams-Brabant, maar die ene die dan in West-Vlaanderen ging wonen, die was ook echt heel gefrustreerd, en dat snap ik wel.

Ja, absoluut. En vooral als, als docent daar, als ge in een school werkt, dan moet dat moeilijk zijn, want ge hangt dan vast aan de officiële “dit moeten we geven”, maar ge voelt ook, die mensen hebben iets anders nodig in hun dagelijkse praktijk.

Gij werkt ook samen met docenten in de “klassieke” talenscholen, laten we het ons zo noemen. Klopt dat?

Ja, ik doe een aantal verschillende dingen. Ik geef ook workshops aan docenten, docenten die zeggen, “ah ik wil eigenlijk graag meer doen met spreektaal in de klas, maar ik weet niet goed hoe ik dat moet aanpakken”, dus dat geef ik sowieso. En daar gaat het meer over de methodiek en welke soort oefeningen dat ge kunt gebruiken enzo. En scholen kunnen mij ook uitnodigen voor een soort activiteit met hun klas, dat ze zeggen “we gaan eens een les doen over tussentaal en we gaan een docent, da’s dan Sofie, uitnodigen om een soort workshop te doen over tussentaal” en da’s altijd kei tof omdat, we zien dan vanalles over tussentaal, en op’t einde van de workshop spelen de cursisten een dialoogske in tussentaal en dan is’t interessant om eens te kijken naar de docenten die hun cursisten nog nooit op die manier hebben horen spreken. Soms is dat echt bijna emotioneel omdat, die cursisten spreken misschien met een heel sterk Spaans accent of een heel sterk weet ik veel wat accent, maar ze spreken gelijk gij en ik. En dat is echt een soort magisch moment dat ge zo die leerkrachten ziet van “ah OK, dit is echt iets helemaal anders.” Dus da’s, ja, dat vind ik echt wel cool. Dan sta ik zo altijd van “oh ik wou dat ik dat kon filmen hier, wat er hier gebeurt.”

En ja, ik merk ook wel, ik focus mij ook wel, zoals gij, op algemene tussentaal, maar zoals ge zegt, in West-Vlaanderen is het toch wel heel specifiek, toch een beetje anders dan de rest van Vlaanderen. Dus als ik daar iets voor doe, voor Goesting in Taal, dan werk ik ook wel met mensen van daar, die dan samen met mij de cursus bouwen en ja, de dingen inspreken enzo, voor de audio. Dus da’s ook wel heel tof, ook voor mij om dan West-Vlaams te leren als een soort nieuwe taal, dus da’s echt wel cool.

Ja want op uwe website, er komen nog online cursussen bij, maar er staat er nu al eentje en dat is het West-Vlaams, hoe zijt ge daar toe gekomen om dat te maken?

Ja het idee was eigenlijk, ik vind het super belangrijk dat wat ik maak de mensen ook effectief helpt, dat het echt is wat zij nodig hebben, en de meeste materialen van Goesting in Taal zijn eigenlijk heel goed bruikbaar voor het grootste deel van Vlaanderen: Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Brabant en Limburg. Er zijn verschillen regionaal, maar die zijn niet zo groot, dus onze materialen zijn eigenlijk echt wel geschikt voor een groot deel daarvan. Maar West-Vlaanderen is toch een beetje anders, zeker als ge meer richting de kust gaat. En dan kreeg ik vaak de vraag van mensen van “ja, kan ik uw boeken gebruiken, ik woon in Brugge”, bijvoorbeeld, “kan ik uw boeken gebruiken”, en dan moest ik altijd zeggen “ja nee, eigenlijk zijn onze boeken niet precies wat gij nodig hebt” En dan dacht ik van,”ja, ik heb dat nu al een paar keer moeten zeggen, ja, we gaan iets maken voor West-Vlaanderen”, zo ben ik dan wel. En dus dan hebben we een online cursus, maar dan heb ik dan hulp gevraagd aan twee West-Vlaamse collega’s, om dat te maken. Ja voilà, zo is die online cursus er gekomen. Dat was heel leuk voor mij, omdat ja, ik was een goed proefkonijn want ik kende eigenlijk helemaal geen West-Vlaams dus ik was een beetje hun proefkonijn ook, van OK, hoe legt ge dat uit en wat is het verschil met het Nederlands dat ge al kent enzo. Dus ja, da was leuk.

Amai, leuk. Kei tof. OK, ma da’s goe, dan kan ik vanaf nu ook iedereen doorverwijzen naar uwe website voor een introductie tot het West-Vlaams.

Absoluut, absoluut.

En de andere twee cursussen die er binnenkort opkomen, over wat gaan die?

Degene die bijna klaar is, die hoop ik tegen september hopelijk af te hebben, is een beetje speciaal. ‘t Is een cursus over het Vlaams cultuurlandschap, laat ons zeggen. Het idee is dat heel veel van mijn cursisten Franstaligen zijn, uit Wallonië, die werken met Vlamingen enzo. En vaak kennen die helemaal niks van zo de televisie of de muziek of de series die ze kunnen kijken, terwijl ze wel geïnteresseerd zijn, want ze vragen “Welke films kan ik kijken, Sofie, of waar kan ik naar luisteren?” En dus het idee van deze cursus is daar een soort overzicht van te geven, van OK wat bestaat er allemaal, welke films beveel ik aan, welke series moet ge zeker kijken… Dus da’s één stukje, maar daar zit ook een soort taalcomponent in de cursus, echt zo sleutelzinnen van “hoe kunt ge babbelen over een serie die ge hebt gezien, wat kunt ge zeggen over muziek die ge goed vindt…” Ze leren wat er is, maar hoe ze erover kunnen praten in tussentaal, dus ook in informele gesprekken. En ik ga er ook zo wat luisteroefeningen bijsteken dat ik vertel wat mijn favorieten zijn, dus dat ze ook luisteroefeningen kunnen hebben van iemand die in tussentaal daarover vertelt. Voilà, da’s een beetje het idee van die cursus.

Cool.

‘t Is zo wat een startpunt voor hen om te gaan exploreren wat er is, om een beetje te snuisteren – da’s ook een mooi woord in het Nederlands, snuisteren. Ja zo een beetje te gaan kijken: “OK, wat bestaat er allemaal, wat vind ik leuk, wat is goed voor mij”. Dus da’s één. En dan de andere, da’s een groot project om echt een online cursus tussentaal te gaan maken, dus echt een beetje zoals ons boek “Wa zegt ge”, om echt een uitgebreide kennismaking met tussentaal te hebben, en voorbeelddialogen, en de verschillen tussen tussentaal en Nederlands dat ze al kennen… En ja, heel veel oefeningen om ook zelf die uitspraak onder de knie te krijgen en echt te kunnen babbelen zoals een native speaker eigenlijk. Maar dat zal voor het najaar, later dit jaar zijn.

Ik kan me inbeelden dat het voor veel mensen echt een hele grote hulp is, want als ik uw boek gebruik dan is het altijd een openbaring, zo “aaah, jaa”.

Het aha-moment.

Het aha-moment, absoluut, ja, da’s echt de max. Want, ja, op mijn podcast hier zelf, ik probeer wel zo veel mogelijk in tussentaal te spreken, maar ja, da’s ook altijd maar “mijn” tussentaal dan, en op den duur wordt ge daar ook aan gewend. Maar als ze zo de grote lijnen kunnen zien, da’s echt, dat overzicht is echt heel belangrijk. Da’s wel goe.

Dat is een belangrijke vraag hé, wat vindt gij zelf de belangrijkste vraag hé: wat vindt gij zelf de grappigste accenten of de grappigste dialecten, of dat ge misschien in uw research zelf dingen zijt tegengekomen dat ge dacht: “amai, dat is wel grappig”.

Goh, ja, zobiezo de accenten en de dialecten die verder van u liggen, die vindt ge altijd het gekste misschien hé. Dus ja, dat West-Vlaams was voor mij echt een openbaring, maar ook wel echt heel tof om te leren hoe dat dan werkt en welke woorden en welke vervoegingen enzo die ge gebruikt, dus dat vond ik sowieso heel tof. En da’s ook leuk als ge dan zo’n serie zoals “Eigen Kweek” kijkt bijvoorbeeld nadien, dat ge denkt “ahja, ik weet precies hoe dat werkt nu, da’s leuk”. Wat ik ook heel cool vind, ja zo bijvoorbeeld Oost-Limburg zijn er plaatsen waar het dialect echt nog wel veel meer gesproken wordt, en da’s ook wel iets helemaal anders hé, dan, da’s echt nog “dialect dialect” en ik heb zo een vriendin, als wij onderling babbelen is dat tussentaal, en dan belt haar mama, en dan is dat ineens zo’ne switch, een gigantisch groot verschil naar een dialect waar ik echt moet luisteren van “oh waw, wat zegt die nu allemaal”, dus da’s ook wel cool omdat dat echt nog jonge mensen zijn die dialect spreken, terwijl in Antwerpen en Brabant hebt ge dat niet zo veel meer hé, echt jongeren die nog dialect spreken.

Is dat dat dialect dat zo op Duits lijkt?

Ja, daar zit zo van “ich, mich en uch” enzo, die dingen in, ja inderdaad.

Of zo “inschudden” zeggen ze voor een glas inschenken, zeggen ze “inschudden”, dat vind ik een kei cool woord. Ja zo van die dingen. Maar wat ik ook wel cool vind, allez, cool, … Goh, ik vind gewoon het interessant om zo de mix te horen, bijvoorbeeld als ge, ik weet niet of ge van Studio Brussel de YouTube video’s van Girls Talk kent? Dat zijn zo korte videootjes en ze interviewen altijd twee beste vriendinnen, zo verschillende in één videootje, en dan hoort ge zo al die verschillende accenten uit de verschillende regio’s, en ik vind het vooral tof om zo te kunnen zeggen “ah, ik weet waar die vandaan komt, door dat en dat, door zo die kleine kenmerkskes te kennen zo”. Want dat is wat ik met Goesting in Taal ook doe hé, ik kan niet elk dialect of elk accent tot in de details uitleggen, ‘t is ook niet de bedoeling voor een anderstalige om echt een dialect te gaan leren, of een regionaal accent te gaan leren, maar wel om zo te weten van, voor elke regio “ja, dat en dat en dat, dat is typisch voor daar, en dat en dat en dat is typisch voor daar.” Dat vind ik fascinerend, zo het algemeen overzicht zo te weten, te kunnen thuisbrengen. Kei goeie luisteroefeningen, die video’s.

Amai Sofie, super interessant dit gesprek en ik hoop dat het voor onze luisteraars ook zo was. Merci om te komen.

Gij bedankt voor de uitnodiging, het was kei plezant.

Ja, vond ik ook.

Merci hé, salu!!!

Tot de volgende, joe!!

En, lieve luisteraars, nu is’t aan ulle! Denkt ge bij uzelf? Ja, ik wil ook graag meer tussentaal gaan begrijpen en oefenen? Natuurlijk is deze podcast al een hele goeie keuze. Maar als ge ‘t wel tof vindt om ook met een boek te leren, dan heb ik nog beter nieuws: ge kunt een exemplaar van “Wa zegt ge?” winnen!

Ge moet er wel iets voor doen natuurlijk… Ahja!

Eerst en vooral: deel dit interview met alle mensen die ge kent, die ook Nederlands leren. En dan: upload een foto (of video, als ge durft!) van uzelf met uw favoriete woord of uitdrukking in tussentaal of dialect natuurlijk, en tag mij én Sofie, op facebook of instagram. Dat is feelinflemish voor mij, en goestingintaal voor Sofie. Iedereen die dat heeft gedaan, kan kans maken op het boek!

En als ik zou meedoen, dan zou ik het woord “prakazere” kiezen. Dat komt uit de Kempen, en heb ik dankzij het programma De Kemping herontdekt. Daar heb ik nog een podcast aflevering over gemaakt in seizoen 1, als ge die nog niet hebt geluisterd, zeker doen, ‘t is een aanrader!

Goe, da was het voor deze week, ik hoop al jullie woorden en uitdrukkingen op social media te zien, tussentaal voor iedereen!

Tot de volgende keer!

Sofie’s pagina: https://www.goestingintaal.com/ 

Haar filmke over tussentaal: https://youtu.be/EeBWFl5TnUU 

Girls Talk: https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/girls-talk/

– – – – – – – – – – – – – – 

Deze transcriptie van de podcast Rebels Nederlands is een cadeauke voor u. Voor de laatste nieuwe afleveringen vindt ge de transcripties in de werkboeken. Dan kunt ge de podcast ook interactief maken! Wilt ge dat eens proberen? Ga dan hier eens kijken.

Leave a Comment

Your email address will not be published.